De eerste auto die Ferdinand Porsche ontwierp, reed op elektriciteit, en in elk van de belangrijkste onderdelen graveerde hij dezelfde twee tekens: P1. In september 1899 won de wagen in Berlijn een race over 40 kilometer, met 18 minuten voorsprong en drie passagiers aan boord. In 1902 werd hij weggezet in een Oostenrijkse loods, en 112 jaar lang raakte niemand hem meer aan. Ongerestaureerd staat hij boven aan de roltrap van het Porsche Museum: de eerste auto die de bezoeker onder ogen komt.
Daaronder, in de witte hal die boven een plein in Zuffenhausen lijkt te zweven, gaan de verhalen verder. Een racewagen ging tientallen jaren door het leven als een andere auto. Een auto uit de Parijs–Dakar kwam weer tot leven met het woestijnzand nog in zijn binnenste, en het museum koos ervoor zijn littekens te bewaren. Een Le Mans-winnaar en een recordwagen reden over de openbare weg tot aan de deur van het museum. Een schuurvondst kwam binnen met een vastgelopen motor en zonder voorspatborden. En veel van de tentoongestelde auto’s zijn er slechts tussen twee optredens in, want dit is een museum waarvan de collectie bestemd is voor de weg.
In het kort
- Het museum ging op 31 januari 2009 open voor het publiek, in een gebouw van het Weense bureau Delugan Meissl Associated Architects, met een tentoonstellingsontwerp van HG Merz.
- De tentoonstellingshal van 5600 vierkante meter rust op drie steunpunten en overspant tot 60 meter.
- Er staan telkens zo’n 80 voertuigen opgesteld, uit een collectie van ongeveer 800.
- Elk jaar reizen meer dan 750 voertuigen uit de collectie naar ruim 300 evenementen in meer dan 30 landen.
- In de werkplaats van het museum wordt in het volle zicht gewerkt, achter een glazen wand in de foyer.
- In 2023 ontving het museum 535.613 bezoekers, destijds het hoogste aantal in zijn geschiedenis.
Geschiedenis
Vanaf 1976 toonde Porsche zo’n 20 van zijn auto’s in een voormalige motorenhal op het fabrieksterrein in Zuffenhausen, en liet ze rouleren, zodat ook de rest van de collectie aan de beurt kwam. Het was een fabrieksmuseum in de soberste zin van het woord. De opvolger begon met een prijsvraag: 170 Europese architectenbureaus schreven zich in, en op 31 januari 2005 koos een jury het ontwerp van Delugan Meissl Associated Architects uit Wenen.
In oktober 2005 begon de bouw. Op 13 november 2007 werd de stalen constructie van de tentoonstellingshal op haar steunpunten neergelaten, en op 3 november 2008 werden de eerste 12 auto’s naar binnen gerold, waaronder een 356 Cabriolet, een 911 van het eerste uur en het eerste prototype van de 924. Op 31 januari 2009 ging het museum open voor het publiek. Vijf jaar later, op de dag af, werd daar voor het eerst de P1 onthuld.
Het gebouw is een huzarenstuk waarin de auto’s die het tentoonstelt een verwant zouden herkennen. Het geheel weegt zo’n 35.000 ton. De tentoonstellingshal, 140 meter lang en 70 meter breed, rust op drie steunpunten, overspant tot 60 meter niets dan lucht en verheft zich tot wel 10 meter boven de grond. De onderzijde is bekleed met spiegelende panelen die, in de woorden van de architecten, ‘het architectonische landschap eronder in zich opnemen’: het plein, en ieder die het oversteekt, hangt er in spiegelbeeld boven het hoofd, nog voordat er ook maar één auto in zicht komt. De buitenhuid bestaat uit zo’n 30.000 ruitvormige panelen, en de glazen hoofdgevel, 23 meter hoog, ligt op het noorden.
De collectie
De P1 verdient een tweede blik. Zijn achthoekige elektromotor leverde 3 PS, bij overbelasting 5; een regelaar met 12 standen hield hem in bedwang, en de actieradius bedroeg tot 80 kilometer. In de Berlijnse race van 1899 haalde meer dan de helft van het deelnemersveld de finish niet, en in de proef in het stadsverkeer verbruikte de P1 minder energie dan welke andere auto ook. Vlakbij staat de Semper Vivus, die Porsche de eerste volledige hybride ter wereld noemt. Het is een reconstructie, gebouwd aan de hand van documenten en tekeningen uit die tijd, want het origineel is verloren gegaan.
De auto die Porsche No. 1 noemt, is een halve eeuw jonger. Op 8 juni 1948 kreeg de 356 ‘No. 1’ Roadster in het Oostenrijkse Gmünd zijn toelating voor de openbare weg. Hij had een aluminium carrosserie op een stalen buizenframe, een van Volkswagen afgeleide viercilinder boxermotor van 1131 cc en 35 PS, vóór de achteras gemonteerd, en een topsnelheid van 135 km/h. Er bestond er maar één van, en die werd verkocht. Een koper uit Zürich betaalde er 7500 Zwitserse frank voor, en een latere eigenaar gaf hem een 1,5-litermotor, bredere wielkasten en ronde achterlichten. In 1958 haalde Porsche zijn eerste auto weer naar huis, in ruil voor een nieuwe 356 Speedster.
Nog vreemder is de levensloop van de eerste 917. Chassis 917-001 was de auto die in maart 1969 in Genève werd getoond. In september 1970 werd hij omgebouwd tot kortstaartversie en overgespoten in de kleuren van de auto die in juni van dat jaar Le Mans had gewonnen, startnummer 23 incluis, en in die geleende gedaante groeide hij uit tot een vaste waarde in de collectie. De echte winnaar had een eigen verhaal: Hans Herrmann en Richard Attwood legden in de regen 4607,811 kilometer af, en Attwood reed zonder het te weten met de bof en kon niets anders drinken dan melk. In 2019 kreeg 917-001, na meer dan een jaar werk, het wit en groen terug dat hij in Genève had gedragen. Het kostte hem een halve eeuw om weer zichzelf te worden.
De 935/78 kent iedereen als ‘Moby Dick’, en in het museum staat de auto die werkelijk aan de start verscheen. Hij leverde 845 PS en was de eerste racewagen met watergekoelde cilinderkoppen. Op het rechte stuk van de Hunaudières in Le Mans haalde hij 366 km/h, de 6 Uur van Silverstone won hij met zeven ronden voorsprong, en in Le Mans kwam hij na een haperende motor en een olielek als achtste binnen. Na nog twee races verhuisde hij naar het museum.
De 956 won Le Mans bij zijn eerste deelname, in 1982, en bezette alle drie de plaatsen op het podium. Een jaar later reed Stefan Bellof met een 956 een ronde over de Nordschleife in 6.11,13, en zijn manager zei dat er iets mis moest zijn met de klok. De klok klopte, en het record hield 35 jaar stand, tot de 919 Hybrid Evo op 29 juni 2018 een ronde reed van 5.19,55: 51,58 seconden sneller. In oktober van dat jaar reden Mark Webber en Marc Lieb de Evo en de 919 die in 2016 Le Mans had gewonnen, over 25 kilometer openbare weg, van Porschestraße 911 naar Porscheplatz 1, en droegen ze daar over aan het museum.
Het museum bezit alle drie de 959’s die de Parijs–Dakar van 1986 uitreden: de winnaar, de auto van Jacky Ickx en Claude Brasseur die tweede werd, en de assistentiewagen die als zesde eindigde. De winnaar wordt bewaard zoals hij werd aangetroffen, in wat Porsche een tijdcapsule noemt. Toen de auto van Ickx weer rijklaar werd gemaakt, vonden de monteurs er nog zand en modder uit de woestijn in. Ze conserveerden de corrosie in plaats van die weg te werken, en de kabelbinders van de bemanning bleven zitten waar ze zaten.
Het meest menselijke verhaal hoort bij een auto waar niemand naar zocht. Op 5 augustus 2014 belde een televisiezender het museum over een vroege 911 in een schuur in Brandenburg. Het was nummer 57; beide voorspatborden ontbraken, en motor en remmen zaten vast. Porsche betaalde er 107.000 euro voor, en nog eens 14.500 euro voor een gouden 911 L uit 1968 die er tegelijk bij werd gekocht. In de herfst van 2017 was de 911 gerestaureerd. De gouden auto heeft het museum welbewust ongewassen gelaten.
De meeste automusea laten hun collectie stilstaan. Dit museum stuurt de zijne op pad. Elk jaar vertrekken er meer dan 750 voertuigen naar zo’n 300 evenementen in meer dan 30 landen: naar de Mille Miglia en de Targa Florio, naar Le Mans Classic, de Historische Grand Prix van Monaco en Goodwood. Het is een museum in de oude zin van het woord en een renstal in de nieuwe, en de hal is nooit twee keer helemaal dezelfde.
Het museum is bovendien openhartig. De P1 wordt getoond zoals hij werd gevonden, en een gouden 911 L wordt ongewassen bewaard als levende geschiedenis. De 911 GT1 ’98 die er staat, wordt gepresenteerd als de Zakspeed-wagen uit het FIA GT-kampioenschap, niet als de Le Mans-winnaar. Ook de jaren veertig slaat het openingshoofdstuk niet over: één station van de rondgang is gewijd aan de dwangarbeiders in het Stuttgart van die jaren. Een bedrijfsmuseum dat zijn eigen geschiedenis zo onomwonden vertelt, verdient het vertrouwen waar het om vraagt.
En het publiek heeft zijn antwoord gegeven. In januari 2024 stond de teller op meer dan 5,8 miljoen bezoekers, en in mei van dat jaar kwam nummer zes miljoen binnen.
Bezoekerservaring
De aanloop is al het eerste museumstuk. De hal hangt op haar drie steunpunten boven het plein, en wie eronder doorloopt, onder de spiegelende onderzijde, waant zich onder de romp van een schip in het droogdok. Binnen, in de foyer en nog voor de roltrap, geeft een glazen wand zicht op de werkplaats van het museum, waar specialisten de vertrekkende auto’s gereedmaken en de terugkerende herstellen. De auto op de brug staat volgende maand misschien in Goodwood.
Dan voert de lange roltrap omhoog, de witte hal in, en boven wacht de P1. Daar staat de bezoeker voor een keuze: de jaren vóór 1948, of de chronologie van de sportwagens vanaf de eerste 356. In de open hal reist de blik van het ene decennium naar het volgende. Wij zouden met de jaren vóór 1948 beginnen: de sportwagens zeggen je meer als je eenmaal kennis hebt gemaakt met de P1.
De collectie is voortdurend in beweging, en het museum richt elk jaar twee wisseltentoonstellingen in, zodat een tweede bezoek zelden een herhaling is. Op werkdagen leiden vooraf geboekte rondleidingen vanuit het museum de fabriek in, waar bezoekers de auto’s langs de productielijn volgen. Voor een liefhebber zijn museum en fabriek samen goed voor het grootste deel van een dag.
Klimaat
| Maand | Max °C | Min °C | Neerslag mm | Regendagen | Daglicht u |
|---|---|---|---|---|---|
| Januari | 4° | −2° | 73 | 14 | 8,8 |
| Februari | 6° | −2° | 62 | 12 | 10,2 |
| Maart | 10° | 1° | 74 | 14 | 11,9 |
| April | 14° | 4° | 60 | 13 | 13,7 |
| Mei | 18° | 9° | 90 | 15 | 15,3 |
| Juni | 22° | 12° | 81 | 14 | 16,1 |
| Juli | 24° | 14° | 86 | 14 | 15,7 |
| Augustus | 24° | 14° | 75 | 13 | 14,3 |
| September | 19° | 10° | 68 | 12 | 12,6 |
| Oktober | 14° | 7° | 73 | 13 | 10,8 |
| November | 9° | 2° | 73 | 13 | 9,2 |
| December | 5° | −1° | 82 | 15 | 8,3 |
Maandgemiddelden voor Porsche Museum, 1991–2020.
Gegenereerd met informatie van de Copernicus Climate Change Service, 2026 (CC BY 4.0).
Noch de Europese Commissie noch ECMWF is verantwoordelijk voor enig gebruik van de Copernicus-informatie of de gegevens die deze bevat.
Locatie
Het museum staat aan de Porscheplatz in Zuffenhausen, in het noorden van Stuttgart, naast de fabriek waar het bedrijf sinds 1950 zijn auto’s bouwt. Werk 1, het bakstenen gebouw van drie verdiepingen waarin Porsche in juni 1938 zijn intrek nam, ligt aan hetzelfde plein, en midden op de rotonde tilt ‘Inspiration 911’ van Gerry Judah drie echte 911’s op witte stalen pijlers de lucht in, de hoogste tot 24 meter. Het stadscentrum ligt over de weg zo’n negen kilometer naar het zuiden, Ludwigsburg een kilometer of tien naar het noorden. Vanaf de A81 leiden de afrit Zuffenhausen en een kort stuk over de B10 naar het plein; vanuit het centrum volstaat de B27. Lijn S6 van de S-Bahn stopt bij Neuwirtshaus (Porscheplatz), voor de deur van het museum, en het gebouw heeft een eigen ondergrondse parkeergarage.
Aan de overkant van de stad, negen kilometer verderop in Bad Cannstatt, staat het Mercedes-Benz Museum. Ferdinand Porsche was van 1923 tot 1928 technisch directeur bij Daimler, en voor een dag in Stuttgart horen de twee musea vanzelf bij elkaar. Zo’n tien kilometer naar het westen vormden de wegen rond Schloss Solitude ooit een racecircuit van 11,4 kilometer, dat tot 1965 in gebruik was; Dan Gurney won er in 1962 met een Porsche 804. De wegen zijn openbaar, en een ronde op de limiet, de wettelijke welteverstaan, is weggelegd voor iedereen met een auto en gevoel voor geschiedenis. Tien kilometer naar het noorden biedt het barokke Residenzschloss Ludwigsburg een collectie van een ander slag.
Adres
1 Porscheplatz
70435 Stuttgart
Stuttgart, Baden-Württemberg
Duitsland
Website